De grootste stijging was te zien bij de bedrijfstak autohandel en reparatie , namelijk een stijging van -5,7 naar 5,8. Hier was dus zelfs sprake van een verschuiving van negatief naar positief. Zo ook bij de detailhandel en de bouwnijverheid. Bij informatie en communicatie was er ook sprake van een flinke stijging. Niet overal vond er een stijging plaats. Bij de horeca en vervoer en opslag betreft er een daling, evenals bij landbouw, bosbouw en visserij.
Hoge kosten
Zo’n 94 procent van de bedrijven geeft aan te maken te hebben met hoge kosten. De twee belangrijkste oorzaken zijn personeelskosten en kosten van grondstoffen en materialen. Bij de helft van de ondernemers is het nauwelijks of niet mogelijk om deze kosten door te berekenen aan de klanten. Ondernemers in de verhuur en handel van onroerend goed en landbouw, bosbouw en visserij kunnen het minst hun kosten doorberekenen aan hun klanten. Zo’n 46 procent kan dat voor een deel of volledig. Bij bouwnijverheid, vervoer en opslag, de autohandel en -reparatie en zakelijke dienstverlening, lukt het doorberekenen van kosten meestal wel.
Winstgevende bedrijven
Twee derde van de bedrijven maakte het afgelopen jaar winst. De meeste winstgevende bedrijven liggen bij groothandel en handelsbemiddeling, namelijk 77 procent. Het laagste aantal met 50 procent ligt bij cultuur, sport en recreatie. De detailhandel is qua winstgevende bedrijven het hardst gestegen, van 48 procent naar 63 procent. Dit is het meest gedaald bij horeca en vervoer en opslag. Rond de 13 procent van de bedrijven zegt in het afgelopen jaar geen winst of verlies te hebben gemaakt. De overige 7 procent heeft hier nog geen informatie over. Het aantal bedrijven waar het gemaakte verlies het laagst ligt in verhuur en handel van onroerend goed met 0,5 procent. Met 24 procent ligt het aandeel bedrijven dat verlies heeft gemaakt bij vervoer en opslag het hoogst.
Bron: CBS