PREMIUM
Op 1 april 2015 viel het melkquotum in Europa. ‘Nationale bevrijdingsdag’ werd het genoemd. De vlag kon uit, de stallen vol, en de zuivelindustrie zette vol gas in op groei. Het leek een gouden toekomst: meer koeien, meer melk, meer export. Maar amper tien jaar later is de balans pijnlijk. De melkveehouderij zit op slot, gebukt onder mestregels, fosfaatrechten, opkoopregelingen en onzekerheid. De les is helder: wie stuurt op grenzenloze groei, krijgt de rekening gepresenteerd.
Wat gebeurde er? Het quotum, ooit ingesteld om de beruchte boterbergen en melkplassen te beteugelen, werd afgeschaft onder druk van belangenorganisaties als LTO, VNO-NCW, banken en coöperaties. Iedereen juichte om de kansen op de wereldmarkt. De melkveehouder zou eindelijk kunnen ondernemen zonder bureaucratie. Maar achter dat optimisme zat een wrange logica. Want wie niet meedeed aan de groeikoorts, werd ingehaald. Zuivelverwerkers verwachtten meer melk, banken rekenden op rendement, en de politiek keek weg terwijl het mestprobleem letterlijk opstapelde.